Wegwijzer bij langdurige ziekte

Samen vinden we de weg

Een gids voor wie langere tijd niet kan werken

Wie langere tijd niet kan werken, wordt plots ‘patiënt’. Je belandt in een doolhof van dokters, brieven en diensten. En ondertussen vraag je jezelf af: kan en wil ik terug? Hoe pak ik dit aan? Waar hou ik rekening mee? Deze wegwijzer beantwoordt de vragen die het vaakst terugkomen, in klare taal, en wijst je telkens in de juiste richting.

Bijgewerkt voor 2026! Op 1 januari 2026 veranderden de spelregels rond langdurige ziekte stevig (de ‘Terug naar Werk’-wet). Termijnen werden korter, de opvolging strenger. We verwerkten die wijzigingen hieronder.

HULP NODIG TIJDENS HET PROCES?

Deel 1

Wat betekent arbeidsongeschiktheid?

Arbeidsongeschikt betekent dat je door ziekte of een ongeval je werk niet kan doen. Het klinkt als een definitief label, maar dat is het zelden. Het is vooral een periode waarin je herstelt, en van waaruit je opnieuw vertrekt.

Je bent erkend als arbeidsongeschikt als je voor minstens 66% niet in staat bent om je werk uit te oefenen. Je behandelende arts stelt dit vast en schrijft je ziek. Daarna is het de adviserende arts van je ziekenfonds die je arbeidsongeschiktheid erkent. Pas dan kan je een uitkering krijgen.

Het eerste jaar heet primaire arbeidsongeschiktheid. Duurt je arbeidsongeschiktheid langer dan één jaar, dan kom je in invaliditeit. Geen van beide betekent dat je nooit meer zal werken.

De beslissing van de adviserend arts is geen eindpunt. Je dossier wordt verder opgevolgd door de arts en het multidisciplinaire team van je ziekenfonds. In de eerste 6 maanden kan enkel de adviserende arts je ongeschiktheid stopzetten; vanaf de 7e maand kan ook de Geneeskundige Raad voor Invaliditeit van het RIZIV dat. Het is dus normaal dat je af en toe wordt opgeroepen of bevraagd.

In dialoog

Probeer ‘arbeidsongeschikt’ niet te lezen als ‘afgeschreven’, maar als een tussenstation. Stel jezelf deze vragen: wat heb ik vandaag nodig om te herstellen? En wat zou een eerste, héél klein stapje vooruit kunnen zijn?

Deel 2

De eerste dagen: wat melden en aan wie?

Twee partijen moeten iets van jou krijgen: je werkgever en je ziekenfonds. Het gaat om twee verschillende documenten, met twee verschillende termijnen. Verwar ze niet en wacht er niet te lang mee.

Drie sleuteltermijnen

Meteen

Verwittig je werkgever op de eerste ziektedag

Binnen 7 dagen

Geef je arbeidsongeschiktheid aan bij het ziekenfonds (de eerste dag niet meegeteld).

Elke 3 maanden

Sinds 2026 geldt een ziekteattest voor maximaal 3 maanden, telkens verlengbaar.

Bezorg dit zo snel mogelijk aan je werkgever, via mail, foto, post of persoonlijk (zoals afgesproken in je arbeidsreglement). Op dit attest staat geen medische informatie. Doe je dit niet (op tijd), dan ben je onwettig afwezig, en dat kan leiden tot een sanctie.

Let op

Sinds 2026 mag je je maximaal twee keer per jaar één dag ziek melden zonder attest (vroeger drie keer). Kleine ondernemingen kunnen die mogelijkheid bovendien volledig uitsluiten in een cao of arbeidsreglement. Bij twijfel: vraag een attest.

Dit papier (hier staat wél medische info op) is voor de adviserende arts van je ziekenfonds. Je kan het op drie manieren bezorgen:

  • Persoonlijk afgeven aan het loket van je ziekenfonds.
  • Met de post versturen (gefrankeerd, in een omslag met het adres van je ziekenfonds, in een rode brievenbus van bpost (niet in de bus van het ziekenfonds zelf)).
  • Soms kan je huisarts het digitaal doorsturen. Vraag dit tijdens je consultatie.

Daarna krijg je brieven van het ziekenfonds om in te vullen: zij hebben die info nodig om je uitkering te berekenen. Begrijp je iets niet? Vraag hulp aan het loket of aan een maatschappelijk werker. Werk je? Dan moet ook je werkgever papieren invullen. Die krijgt hij rechtstreeks van het ziekenfonds.

Tip

Hou een mapje of een schriftje bij met alle namen, data en brieven. Wie je allemaal ziet, raakt sneller in de war dan je denkt. En het helpt enorm om bij elke afspraak het overzicht mee te hebben.

In België ben je verplicht lid van een ziekenfonds, dat je vrij mag kiezen. Je betaalt jaarlijks lidgeld. In ruil betaalt het ziekenfonds een deel van je medische kosten terug en regelt het je uitkering. De HZIV (Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering) is het enige gratis ziekenfonds, maar geeft geen extra voordelen.

Dat iedereen die werkt bijdraagt via de ‘sociale bijdrage’, maakt het mogelijk om voor elkaar te zorgen wanneer het moeilijk gaat. Dat is solidariteit, de kern van de sociale zekerheid. De ene dag draag jij bij, de andere dag vangen ze jou op.

Nee. Je bent niet verplicht om te vertellen waaróm je niet kan werken. Tegelijk is contact houden waardevol: zo kan je werkgever rekening houden met je situatie, en wordt terugkeren later makkelijker. Stel je het contact te lang uit, dan groeit de afstand, en dat maakt alles zwaarder.

In dialoog

Wie op het werk vertrouw ik genoeg om af en toe ‘hoe gaat het’ tegen te zeggen? Eén warm contact volstaat soms al om de brug naar later open te houden

Deel 3

Je inkomen: wat verandert er?

Je inkomen gaat door verschillende fases: eerst betaalt je werkgever, dan je ziekenfonds, en het bedrag wordt na verloop van tijd kleiner.

De eerste periode betaalt je werkgever je loon door: dat wordt het ‘gewaarborgd loon’ genoemd. De manier waarop dat loon betaald wordt, verschilt tussen bedienden en arbeiders:

  • Bedienden: de eerste 30 dagen, in principe volledig door de werkgever.
  • Arbeiders: de eerste 7 dagen volledig, daarna een percentage van het loon tot dag 30, aangevuld door het ziekenfonds.

Pas daarna neemt je ziekenfonds over.

Belangrijk om te weten: bij ‘herval’ (opnieuw ziek binnen 8 weken na hervatten) is dat gewaarborgd loon niet altijd opnieuw verschuldigd. Gaat het om dezelfde aandoening, dan beschouwt men dit als een verlenging van de ziekte en ontvang je ziekteuitkering van het ziekenfonds. Gaat het om een andere aandoening, dan is het een nieuwe ziekte en heb je terug recht op gewaarborgd inkomen.
Ben je effectief 8 weken of langer aan het werk geweest en word je opnieuw ziek? Dan start er, ongeacht de oorzaak, juridisch een volledig nieuwe ziekteperiode en heb je opnieuw recht op een volledig gewaarborgd loon van je werkgever.

Na het gewaarborgd loon (in die eerste 30 dagen) betaalt je ziekenfonds een uitkering van 60% van je (begrensde) brutoloon. Er gelden minimumbedragen (vanaf de 3e en 4e maand, deels afhankelijk van je gezinssituatie) en maximumbedragen. Je uitkering zal dus nooit je volledige loon zijn.

Het betekent dat je langer dan één jaar arbeidsongeschikt bent. Je uitkering wordt dan berekend volgens je gezinssituatie:

  • 65% als je gezinslast hebt
  • 55% als je alleenstaande bent
  • 40% als je samenwonende bent

Enkele praktische verschillen: je wordt voortaan maandelijks betaald (in plaats van om de twee weken), je hoeft in principe geen verlengingen meer aan je ziekenfonds te bezorgen (wél nog attesten aan je werkgever), en op de invaliditeitsuitkering wordt geen bedrijfsvoorheffing ingehouden.

Let op

Omdat er geen voorheffing wordt ingehouden, kan je achteraf belastingen moeten bijbetalen. Veel mensen doen daarom vrijwillige voorafbetalingen om verrassingen te vermijden. Bespreek dit met je ziekenfonds of boekhouder.

‘Invaliditeit’ wil niet zeggen dat je definitief arbeidsongeschikt bent. Je kan altijd opnieuw stappen zetten naar werk.

Niet automatisch. Je moet onder andere een wachttijd hebben doorlopen en voldoende gewerkte (of gelijkgestelde) dagen hebben opgebouwd. Heb je bijvoorbeeld nog niet lang genoeg gewerkt, dan val je soms uit de boot. Vraag in dat geval hulp aan je ziekenfonds of aan een maatschappelijk werker, want er bestaan vaak andere vangnetten.

Tip

Je werkgever of jijzelf kan een verzekering gewaarborgd inkomen afsluiten. Die vangt een deel van het inkomensverlies op. Misschien heb je er zelfs al een, via je werk of je hospitalisatieverzekering

Voor jou als zieke verandert het uitkeringspercentage niet. Wel zijn er nieuwe accenten: grotere werkgevers betalen voortaan een deel van je uitkering mee in de eerste maanden (een prikkel om je aan boord te houden), de opvolging is strenger, en wie zonder geldige reden niet opdaagt op een afspraak kan een deel van zijn uitkering verliezen. De rode draad: blijf bereikbaar en kom naar je afspraken, dat beschermt je inkomen.

Deel 4

De artsen en diensten: wie doet wat?

Je komt verschillende artsen tegen, en ze hebben elk een andere rol. De ene behandelt je, de andere beslist over je uitkering, nog een andere kijkt naar je werk. Hieronder zie je in één oogopslag wie wat doet.

Huisarts en specialist

Behandelt je, schrijft je ziek, geeft attesten en verwijst door. Je huisarts is je gids en je vaste aanspreekpunt

Adviserend arts van het ziekenfonds

Erkent je arbeidsongeschiktheid en beslist over het verlengen of stopzetten van je uitkering. Werkt met een multidisciplinair team. Op afspraak komen is verplicht.

Arbeidsarts (preventieadviseur-arbeidsarts)

Kent je werkplek en helpt je gezond te blijven of veilig terug te keren. Werkt meestal bij een externe dienst voor preventie en bescherming.

Controlearts

Wordt door je werkgever ingeschakeld om na te gaan of je effectief arbeidsongeschikt bent. Je bent verplicht mee te werken aan zo’n controle.

De naam van je arbeidsarts moet in je arbeidsreglement staan. Je vindt hem ook via mijngezondheid.be (onder ‘mijn zorgteam’ – ‘mijn arbeidsarts’, met je eID en pincode of itsme). Of vraag het gewoon aan je leidinggevende of collega’s.

En ja, je kan een afspraak maken zónder dat je werkgever het weet. Dat heet een ‘onderzoek op vraag van de werknemer’ (soms ‘anoniem’ of ‘confidentieel’ genoemd). Gebruik die woorden uitdrukkelijk wanneer je de afspraak maakt.

Let op

Vanaf 4 weken arbeidsongeschiktheid neemt de arbeidsarts uit zichzelf contact met je op, en vanaf 8 weken wordt jouw ‘arbeidspotentieel’ ingeschat (vaak via een digitale vragenlijst). Dat is sinds 2026 een vaste, verplichte stap. Het is geen teken dat er iets ‘mis’ is met jou.

Sommige klachten ontstaan door de werkomstandigheden. Bekijk dan samen met je arbeidsarts of huisarts of er sprake is van een beroepsziekte. Bij een erkende beroepsziekte heb je recht op een schadevergoeding via Fedris (het Federaal agentschap voor beroepsrisico’s).

Deel 5

Terug naar werk: welke wegen zijn er?

Terugkeren hoeft niet ‘alles of niets’ te zijn. Er bestaan verschillende wegen, van stilletjes hervatten bij je eigen werkgever tot een nieuwe richting met begeleiding. Dit is precies waarvoor wij bij Dialogisch naast je staan. Hier zijn je opties.

‘Progressief werken’ betekent in stapjes terug aan de slag gaan, bij je huidige of een nieuwe werkgever. Je inkomen bestaat dan deels uit loon en deels uit een uitkering. Je kan afspraken maken over minder uren, aangepaste taken of een ander uurrooster. Deze afspraken zijn tijdelijk: de bedoeling is rustig op te bouwen. Je werkgever is niet verplicht akkoord te gaan. Lukt het overleg niet, maak dan een afspraak bij de arbeidsarts.

Let op: verplicht!

Breng je ziekenfonds op de hoogte ten laatste één dag vóór je start met progressief werken. Je hoeft niet op het antwoord te wachten, maar doe je het te laat, dan kan je uitkering verminderen.

Een re-integratietraject verloopt bij je eigen werkgever, via de arbeidsarts. Samen onderzoeken jullie of je werk aangepast kan worden of er ander werk mogelijk is. Er zijn twee vormen:

  • Informeel: bijvoorbeeld een ‘bezoek voorafgaand aan de werkhervatting’: een soepel gesprek met de arbeidsarts over hoe je terugkeer best verloopt. Weinig papierwerk, vaak het efficiëntst.
  • Formeel: een officieel, uitgebreider traject met duidelijke stappen en termijnen.

Sinds 1 januari 2026 (‘RIT 3.0’) geldt onder meer: je werkgever kan een formeel traject al vanaf de eerste ziektedag vragen mét jouw toestemming, en na 8 weken zonder. Wordt er ‘arbeidspotentieel’ vastgesteld, dan moet een werkgever met 20 of meer werknemers binnen 6 maanden een formeel traject opstarten. Een traject volgen, is voor jou niet verplicht, maar opdagen op de afspraken wel.

Tip

Een informeel gesprek vooraf voorkomt vaak een zwaar formeel traject. Wil je hervatten, vraag dan zelf een ‘bezoek voorafgaand aan de werkhervatting’ aan. Zo sta je zélf aan het stuur

Dit traject loopt via je ziekenfonds, los van je werkgever. De Terug Naar Werk-coördinator bekijkt samen met jou welke mogelijkheden er zijn om opnieuw te werken of een opleiding te volgen. De adviserende arts kan je doorverwijzen, maar je mag het ook zelf aanvragen bij je ziekenfonds.

Let op

Sinds 2026 wordt het Terug Naar Werk-traject strenger opgevolgd: kom je zonder geldige reden niet naar het eerste contactmoment met de coördinator, dan vermindert je dagbedrag met 10%. Een telefoontje om te verzetten, volstaat meestal. Laat de afspraak nooit zomaar passeren

Het Terug Naar Werk-fonds van het RIZIV betaalt gespecialiseerde begeleiding op maat, zoals loopbaanbegeleiding of persoonlijke coaching, bij een erkende dienstverlener terug. Je krijgt daarvoor een unieke voucher (met een maximale waarde van € 1.800). Je komt in aanmerking als je werkgever je contract beëindigde wegens medische overmacht (sinds 1 april 2024), of als je langer dan één jaar arbeidsongeschikt bent als werknemer of werkzoekende (sinds 1 april 2025).

Goed om te weten

Dialogisch is een door het RIZIV erkende dienstverlener. Met een Terug Naar Werk-voucher krijg je bij ons 10 uur persoonlijke coaching om stap voor stap aan een haalbare terugkeer te werken. Je betaalt daar zelf niets voor. Lees meer over onze TNW- begeleiding en vind de coach in jouw regio.

Ja. De VDAB helpt je bij het zoeken naar werk, stages en opleidingen (ook GTB, voor wie extra ondersteuning nodig heeft). Je hebt wel toestemming nodig van de adviserend arts. Je krijgt dan een aanmeldingsformulier voor de VDAB. Belangrijk: de begeleiding bij VDAB heeft géén invloed op je uitkering.

Een TNW-traject via een Terug-naar-Werk-voucher is bedoeld voor mensen die langdurig arbeidsongeschikt zijn en nood hebben aan intensieve, individuele begeleiding om hun mogelijkheden, talenten en een haalbare terugkeer naar werk te verkennen. VDAB-begeleiding richt zich vooral op de volgende stap naar werk, zoals het zoeken naar een passende job, een opleiding of andere ondersteuning. Beide vormen van begeleiding kunnen elkaar aanvullen en worden, afhankelijk van je situatie, vaak na elkaar of gelijktijdig ingezet.

Deel 6

Medische overmacht en je rechten

Soms blijkt na verloop van tijd dat je je oude werk écht niet meer kan doen. Dat voelt als een verlies, maar het is vaak ook een opening naar iets dat beter bij je past.

Bij medische overmacht wordt je arbeidsovereenkomst beëindigd omdat je definitief ongeschikt bent voor déze job bij déze werkgever. Het is een aparte procedure via de arbeidsarts, die ten vroegste na 6 maanden arbeidsongeschiktheid kan starten en enkel als er geen re-integratietraject (meer) loopt. Je moet geen opzegtermijn presteren en krijgt geen opzegvergoeding.

Goed om te weten

Medische overmacht geldt alleen voor díe job. Werk je bijvoorbeeld als secretaresse in een bepaald ziekenhuis, dan kan je dezelfde job nadien perfect ergens anders nog doen. Het sluit deuren bij één werkgever, niet bij je hele toekomst

Soms is medische overmacht zelfs in jouw voordeel. En niet iedereen krijgt na het onderzoek effectief medisch ontslag: de arbeidsarts kan ook eerst aanpassingen op je werk voorstellen.

Contacteer je vakbond en neem álle documenten en brieven mee. Wacht niet te lang: op veel van die brieven moet je binnen een bepaalde termijn reageren. Ben je nog geen lid, dan kan een maatschappelijk werker je ondertussen al op weg helpen.

Een vakbond komt op voor de rechten van werkende mensen (en werkzoekenden), helpt bij problemen op het werk en geeft juridisch advies. Lid zijn is niet verplicht, maar kan stevige steun bieden wanneer het contact met je werkgever stroef loopt. In Vlaanderen zijn er drie grote: ACV, ABVV en ACLVB.

Nee, niet zomaar. Een werkgever kan je arbeidsovereenkomst niet beëindigen enkel omdat je ziek bent. De beëindiging kan enkel via de strikte procedure van medische overmacht, met tussenkomst van de arbeidsarts, en pas wanneer vaststaat dat je je werk definitief niet meer kan doen én er geen aangepast of ander werk mogelijk is. Twijfel je of het correct verloopt? Leg het voor aan je vakbond of een maatschappelijk werker.

Deel 7

Bijzondere situaties en waar je steun vindt

Niet iedereen valt onder dezelfde regels, en niemand hoeft dit alleen uit te zoeken. Hieronder vind je de uitzonderingen en de mensen die je verder kunnen helpen.

Ja. Zelfstandigen hebben geen gewaarborgd loon en krijgen een vaste, forfaitaire uitkering (de hoogte hangt onder meer af van je gezinssituatie en of je je zaak stopzet). Er bestaat ook een specifiek Terug Naar Werk-traject voor zelfstandigen. Vraag info bij je sociaal verzekeringsfonds en je ziekenfonds.

Ambtenaren vallen onder hun eigen ziekteregeling. Neem hiervoor contact op met je werkgever of personeelsdienst. De overheidsdienst BOSA bundelt de procedures.

Die woorden worden vaak door elkaar gebruikt, maar betekenen niet hetzelfde. Invaliditeit gaat over je uitkering: langer dan één jaar minstens 66% arbeidsongeschikt, geregeld via je ziekenfonds en het RIZIV.

Een handicap is breder en moet eerst erkend worden. Dat loopt via de FOD Sociale Zekerheid (Directie-generaal Personen met een handicap), die erkenningen en tegemoetkomingen toekent. Denk je dat je hiervoor in aanmerking komt? Vraag het na bij je ziekenfonds.

Heel vaak speelt er meer dan het lichamelijke alleen: zorgen over wonen, relaties of geld, bijvoorbeeld. Een maatschappelijk werker luistert, geeft advies, helpt met moeilijke brieven en formulieren en wijst je de weg naar de juiste diensten. Je vindt hen onder andere bij het OCMW, een CAW, ziekenhuizen, wijkgezondheidscentra of bij je ziekenfonds.

Praat erover met iemand die je vertrouwt: je huisarts, een maatschappelijk werker, familie of vrienden. Je hoeft het overzicht niet alleen te bewaren.

In dialoog

Waar loop ik op dit moment het meeste tegenaan? En wie zou daar het meeste van afweten? Begin bij die ene persoon of dienst. De rest volgt vaak vanzelf.

Twee deuren staan bijna altijd open: je huisarts en je ziekenfonds. Beide kennen je situatie of kunnen ze snel leren kennen, en beide kunnen je doorverwijzen naar wie je echt verder helpt.

Wil je specifiek nadenken over je werk en je toekomst? Dan ben je bij ons, bij loopbaancentrum Dialogisch, op de juiste plek. Wij hebben erkende Terug Naar Werk-begeleiders en loopbaanbegeleiders in huis. Je vind ons overal in Vlaanderen en Brussel.

De belangrijkste vraag gaat niet over papieren

Tussen alle attesten en afspraken door is er één gesprek dat het verschil maakt: dat met jezelf. Gebruik de tijd waarin je ziek bent ook om stil te staan bij wat je wil. De vragen hieronder helpen je op weg. Neem ze gerust mee naar je dokter, je coach of je maatschappelijk werker.

Je hoeft je weg niet alleen te zoeken

Werk is meer dan een job. Het is een plek waar je energie uit haalt of verliest. Bij loopbaancentrum Dialogisch leggen we samen met jou de puzzel mens-werk opnieuw: rustig, op jouw tempo, met oog voor wie je bent en wat je nodig hebt.

Ben je langer dan een jaar ziek, of verloor je je werk door medische overmacht? Dan heb je mogelijk recht op een Terug Naar Werk-voucher via het RIZIV-fonds, en dus 10 uur gratis persoonlijke coaching bij Dialogisch.

Samen bouwen we aan jouw terugkeer naar werk.


Menselijk. Deskundig. Op jouw maat.

Een Terug Naar Werk-voucher aanvragen bij het RIZIV?

Voor meer informatie over het Terug Naar Werk-fonds en het aanvragen van een voucher, bezoek de officiële RIZIV-pagina